ECLI:NL:RBDHA:2020:7959
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen weigering asielaanvraag op grond van Dublinverordening en interstatelijk vertrouwensbeginsel
Eiseres, een Nigeriaanse vrouw met een minderjarig kind, verzocht om een verblijfsvergunning asiel in Nederland. Verweerder stelde dat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling van haar aanvraag op grond van de Dublinverordening en nam haar aanvraag niet in behandeling. Eiseres voerde aan dat Duitsland zijn internationale verplichtingen niet nakomt en dat de opvangvoorzieningen onvoldoende zijn, verwijzend naar jurisprudentie zoals het Tarakhel-arrest en het arrest Cimade.
De rechtbank oordeelde dat eiseres onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel jegens Duitsland is doorbroken. Er waren geen aanwijzingen voor structurele tekortkomingen in de Duitse opvang of asielprocedure. Het beroep op het Tarakhel-arrest faalde omdat de situatie in Duitsland niet vergelijkbaar is met Italië toen dat arrest werd gewezen.
Ook de gestelde duurzame relatie met [A] en het risico van gezinsverbreking waren onvoldoende onderbouwd om Nederland verantwoordelijk te laten zijn. De rechtbank concludeerde dat verweerder terecht de asielaanvraag niet in behandeling heeft genomen en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de asielaanvraag is ongegrond verklaard; Duitsland is verantwoordelijk voor de behandeling.