Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam] , eiser
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
mr. S. Zohrabian, griffier.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Ethiopische nationaliteit bezittende asielzoeker, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel in Nederland. De staatssecretaris nam deze aanvraag niet in behandeling, omdat op grond van de Dublinverordening Frankrijk verantwoordelijk werd geacht voor de behandeling. Frankrijk had aanvankelijk een overnameverzoek afgewezen, maar na een heroverwegingsverzoek van de staatssecretaris werd de verantwoordelijkheid alsnog aanvaard.
De kern van het geschil betrof de vraag of het heroverwegingsverzoek en de acceptatie daarvan binnen de voorgeschreven termijnen waren gedaan. Eiser stelde dat het heroverwegingsverzoek te laat was ingediend en dat Frankrijk te laat had gereageerd, waardoor Nederland verantwoordelijk zou moeten zijn. De staatssecretaris stelde dat het verzoek tijdig was ingediend, onderbouwd met een ontvangstbevestiging.
De rechtbank oordeelde dat het heroverwegingsverzoek niet op 1 mei maar op 25 mei 2020 was ingediend, wat te laat was. Ook was de reactie van Frankrijk buiten de tweewekentermijn. Op grond van het arrest van het Hof van Justitie van 13 november 2018 leidde dit ertoe dat Nederland vanaf 26 mei 2020 verantwoordelijk werd voor de behandeling van de aanvraag. Het beroep van eiser werd gegrond verklaard, het besluit vernietigd en de staatssecretaris opgedragen een nieuw besluit te nemen. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld in de proceskosten van eiser.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt vernietigd.