ECLI:NL:RBDHA:2020:7971
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak na beslissing op beroep
Verzoeker, een Afghaanse asielzoeker, heeft een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Deze aanvraag is door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid afgewezen als kennelijk ongegrond bij besluit van 19 juni 2020. Verzoeker heeft tegen dit besluit beroep ingesteld bij de rechtbank.
Tegelijkertijd met de behandeling van het beroep heeft verzoeker een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend om het bestreden besluit tijdelijk te schorsen. De voorzieningenrechter heeft het verzoek behandeld tijdens een zitting op 8 juli 2020, waarbij ook de zaak NL20.12861 werd behandeld.
De voorzieningenrechter overweegt dat een voorlopige voorziening alleen kan worden toegekend indien de rechtbank nog niet op het beroep heeft beslist. Omdat op dezelfde dag als deze uitspraak al een beslissing is genomen op het beroep, is een voorlopige voorziening niet meer mogelijk en wordt het verzoek afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter J.J. Catsburg en griffier A.E. van Gestel, zonder openbare zitting vanwege coronamaatregelen. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de rechtbank al op het beroep heeft beslist.