ECLI:NL:RBDHA:2020:7993
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag plaatsing op andere LFNP-functie ondanks feitelijke werkzaamheden
Eiseres diende een aanvraag in op grond van de Regeling aanvraag plaatsing op een andere dan aan de ambtenaar opgedragen functie (RAAF) om geplaatst te worden in de functie Medewerker Intake & Service, omdat zij al langere tijd werkzaamheden verrichtte die wezenlijk afwijken van haar huidige functie Assistent Intake & Service B.
Verweerder wees de aanvraag af, waarna eiseres bezwaar maakte. De Adviescommissie RAAF en de Bezwaaradviescommissie RAAF adviseerden tot afwijzing, waarna verweerder het bezwaar ongegrond verklaarde. Eiseres stelde dat verweerder onvoldoende onderzoek had gedaan en de context van haar werkzaamheden niet had meegewogen.
De rechtbank oordeelde dat eiseres ondanks haar latere sollicitatieplaatsing belang had bij een beoordeling van het beroep, maar dat niet was aangetoond dat zij in overwegende mate voldeed aan de niveaubepalende elementen van de gewenste functie. De werkzaamheden van eiseres bleken grotendeels te passen binnen haar huidige functie en voldeden niet aan de criteria voor zelfstandig routinematig werk zonder begeleiding door een Generalist Intake & Service. Ook was er geen sprake van overdracht van meeromvattende zaken.
De rechtbank volgde de uitleg van verweerder dat de RAAF een vangnetregeling is en niet bedoeld om via een andere procedure een functie te verkrijgen. De hardheidsclausule en het gelijkheidsbeginsel boden geen grond voor toewijzing. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag tot plaatsing op een andere LFNP-functie is ongegrond verklaard.