ECLI:NL:RBDHA:2020:8013
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak Dublinprocedure
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet in behandeling is genomen omdat Italië verantwoordelijk is voor de behandeling volgens de Dublinverordening.
Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht tevens om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter behandelde het verzoek samen met een verwante zaak op 14 juli 2020.
Omdat de rechtbank op dezelfde dag uitspraak heeft gedaan in de hoofdzaak (zaaknummer NL20.8311), is het verzoek om een voorlopige voorziening niet meer mogelijk en wordt dit afgewezen.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter M.P. Glerum en griffier A.M. Zwijnenberg op 21 juli 2020, zonder openbare zitting vanwege coronamaatregelen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de rechtbank al uitspraak heeft gedaan in de hoofdzaak.