Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 22 juli 2020 in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats] , eiser
het college van burgemeester en wethouders van Den Haag, verweerder
Procesverloop
19 september 2019 een ingebrekestelling van de zijde van eiser ontvangen.
Overwegingen
9. Inmiddels heeft verweerder wel besluiten genomen. Bij besluit van
27 november 2019 is een omgevingsvergunning verleend. Daarmee heeft verweerder beoogd om de geconstateerde afwijkingen ten opzichte van de eerder verleende vergunning voor het bouwproject te legaliseren. Ook heeft verweerder bij besluiten van 22 januari 2020 en van 27 januari 2020 beslist over het handhavingsverzoek, zowel ten aanzien van de bouw als ten aanzien van het kappen zonder vergunning. Tegen deze besluiten is door eiser bezwaar gemaakt, en het bezwaar is door verweerder in behandeling genomen. Verder blijkt uit het dossier dat van de geconstateerde bomenkap proces-verbaal is opgemaakt, en dat dit proces-verbaal aan de Officier van Justitie is gezonden. De inmiddels genomen handhavingsbesluiten kunnen niet bij de beoordeling van het onderhavige beroep worden meegenomen, omdat daarmee de bezwaarschriftenprocedure zou worden doorkruist.
Verweerder wordt veroordeeld in de kosten die eiser in verband met deze procedure heeft gemaakt. Daarbij wordt uitgegaan van verleende rechtsbijstand bij het instellen van beroep in een zaak van gemiddeld gewicht (wegingsfactor 1,0). Normaliter geldt bij een beroep tegen niet-tijdig beslissen een wegingsfactor van 0,5 (licht). Gezien alle correspondentie die eiser over deze zaak heeft moeten voeren om verweerder tot het nemen van besluiten aan te sporen, acht de rechtbank in dit specifieke geval een wegingsfactor van 1,0 passend.
Beslissing
www.rechtspraak.nl