ECLI:NL:RBDHA:2020:8078
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring beroep tegen vrijheidsbeperkende maatregel in vreemdelingenrecht
Eiseres, een Venezolaanse vrouw met haar minderjarige kinderen, kreeg een vrijheidsbeperkende maatregel opgelegd op grond van artikel 56 van Pro de Vreemdelingenwet 2000, omdat zij geen rechtmatig verblijf in Nederland heeft en niet aan haar vertrekplicht voldeed. De asielprocedure was definitief beëindigd en de vertrektermijn verstreken.
Eiseres voerde aan dat terugkeer naar Venezuela niet mogelijk is, dat het besluit onzorgvuldig is en dat de maatregel disproportioneel is gezien haar kwetsbare gezinssituatie en de medische zorg die haar dochter nodig heeft. De rechtbank oordeelde echter dat verweerder bevoegd was de maatregel op te leggen en dat het beleid omtrent gezinnen met minderjarige kinderen gevolgd is.
De rechtbank stelde vast dat vertrek naar Venezuela wel degelijk mogelijk is, ondanks afhankelijkheid van Venezolaanse autoriteiten voor laissez-passer. Ook werd geoordeeld dat de belangen van eiseres en haar gezin niet zwaarder wegen dan het belang van de overheid bij het vertrekproces, mede omdat passende medische zorg beschikbaar is binnen de vrijheidsbeperkende locatie.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het beroep tegen de vrijheidsbeperkende maatregel wordt ongegrond verklaard.