ECLI:NL:RBDHA:2020:8106
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering verklaring omtrent het gedrag voor exploitatievergunning na veroordeling vermogensdelict
Eiseres verzocht op 11 oktober 2018 om een verklaring omtrent het gedrag (VOG) in het kader van een exploitatievergunning voor een horecagelegenheid. De minister voor Rechtsbescherming wees de aanvraag af op grond van artikel 35 van Pro de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens, omdat eiseres recentelijk in hoger beroep was veroordeeld voor meervoudige diefstal met braak en daarnaast oudere justitiële gegevens relevant werden geacht.
Eiseres betwistte het gebruik van justitiële gegevens buiten de terugkijktermijn en voerde aan dat het vermogensdelict geen verband houdt met de aard van de horecazaak die zij samen met familieleden wilde exploiteren. De rechtbank oordeelde dat de minister terecht ook oudere justitiële gegevens betrok bij de belangenafweging en dat het vermogensdelict relevant is vanwege het risico van misbruik van goederen en gelden binnen de onderneming.
De rechtbank vond dat de minister zich redelijk op het standpunt kon stellen dat het objectieve criterium van de beleidsregels VOG werd vervuld en dat het belang van de samenleving zwaarder woog dan dat van eiseres. Het beroep werd ongegrond verklaard en een proceskostenveroordeling werd niet toegewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de VOG-aanvraag wordt ongegrond verklaard.