ECLI:NL:RBDHA:2020:8151
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening afgewezen
Eiser, met de Guineese nationaliteit, diende op 9 februari 2020 een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder nam de aanvraag niet in behandeling op grond van artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000, omdat Duitsland volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling. Duitsland heeft het verzoek om terugname aanvaard.
Eiser verzocht om uitstel voor het indienen van een zienswijze vanwege de coronacrisis, omdat het lastig was contact te krijgen met zijn gemachtigde. Verweerder verlengde de termijn tot 28 april 2020, maar een verzendbevestiging van deze uitstelverlening ontbreekt. De rechtbank oordeelt dat ondanks het ontbreken van de bevestiging, eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij hierdoor in zijn belangen is geschaad.
De rechtbank stelt dat het op de gemachtigde van eiser lag om bij het uitblijven van contact of bericht verder uitstel te vragen, wat niet is gebeurd. Bovendien heeft eiser tijdens het aanmeldgehoor zijn bezwaren kenbaar kunnen maken en heeft hij deze niet gemotiveerd betwist. De rechtbank concludeert dat het beroep ongegrond is en wijst een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.