ECLI:NL:RBDHA:2020:8177
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewet-uitkering wegens arbeidsgeschiktheid na medische beoordeling
Eiseres, voormalig callcentermedewerker, ontving sinds 2015 een Ziektewet-uitkering wegens bekken-, rug- en angstklachten. Na een auto-ongeval in 2018 kreeg zij aanvullende klachten, waaronder psychische problemen. Verweerder beëindigde haar Ziektewet-uitkering per 1 juli 2019, stellende dat eiseres weer geschikt was voor haar arbeid. Eiseres betwistte dit en voerde aan dat er sprake is van beperkingen door onder meer licht-, geluid- en psychische klachten, onderbouwd met medische rapportages en behandelplannen.
De rechtbank beoordeelde de medische rapporten van de primaire verzekeringsarts en de verzekeringsarts bezwaar en beroep, die op zorgvuldige wijze waren opgesteld en geen aanleiding gaven tot twijfel over de vastgestelde belastbaarheid. De medische informatie toonde lichte fysieke beperkingen, maar geen objectief vastgestelde psychische beperkingen die tot arbeidsongeschiktheid leiden. De rechtbank volgde het oordeel dat eiseres geschikt is voor ten minste één van de in de WIA-beoordeling geduide functies.
De stelling van eiseres dat het verzekeringsgeneeskundig protocol Depressieve stoornis beperkingen zou voorschrijven, werd verworpen omdat dit protocol slechts een hulpmiddel is en individuele vaststelling vereist. De rechtbank concludeerde dat verweerder de beperkingen van eiseres voldoende in kaart heeft gebracht en dat het beroep ongegrond is. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de beëindiging van de Ziektewet-uitkering wordt ongegrond verklaard.