ECLI:NL:RBDHA:2020:8244
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsaanvraag wegens zelfstandige status volgens Bbz 2004 vernietigd
Eiser vroeg bijstand aan op grond van de Participatiewet, nadat zijn aanvraag op grond van het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 (Bbz 2004) was afgewezen wegens het niet-levensvatbaar zijn van zijn onderneming. Verweerder handhaafde de afwijzing omdat eiser onmiskenbaar als zelfstandige moest worden aangemerkt en onvoldoende had aangetoond dat hij zijn onderneming wilde stoppen.
Eiser stelde dat hij slechts marginaal zelfstandig was, geen bedrijfsactiviteiten meer verrichtte en niet voldeed aan het urencriterium van 1225 uur per jaar. De rechtbank oordeelde dat verweerder onvoldoende onderzoek had gedaan naar het urencriterium en dat het presenteren als ondernemer en het niet willen uitschrijven van de onderneming onvoldoende was om het urencriterium te veronderstellen.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en beval verweerder een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit wordt vernietigd wegens onvoldoende onderzoek naar het urencriterium.