ECLI:NL:RBDHA:2020:8272
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens onvoldoende bewijs van onveiligheid in Marokko
Eiser, met de Marokkaanse nationaliteit, heeft een asielaanvraag in Nederland ingediend die door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid is afgewezen als kennelijk ongegrond. De afwijzing is gebaseerd op het standpunt dat Marokko een veilig land van herkomst is en eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij persoonlijk gevaar loopt bij terugkeer.
Eiser voerde aan dat hij bewijsnood heeft vanwege het ontbreken van documenten die zijn geboortedatum bevestigen en dat hij niet op de hoogte was van de gevolgen van het ondertekenen van een aanvraag met een andere geboortedatum. De rechtbank oordeelde dat eiser meerderjarig is verklaard in eerdere procedures en dat hij niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij niet over identificerende documenten kan beschikken.
Verder stelde eiser dat hij bij terugkeer in Marokko mishandeling en een reëel risico op foltering of de doodstraf vreest, maar hij kon deze vrees niet concreet onderbouwen. De rechtbank vond dat verweerder terecht heeft geoordeeld dat Marokko voor eiser een veilig land van herkomst is en dat eiser onvoldoende bewijs heeft geleverd voor zijn beweringen.
De rechtbank concludeerde dat het beroep ongegrond is en wees een proceskostenveroordeling af. De uitspraak is gedaan door rechter M.M. Meijers en griffier A.E. Maas zonder openbare zitting vanwege corona-maatregelen.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard omdat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat Marokko voor hem geen veilig land van herkomst is.