ECLI:NL:RBDHA:2020:8465
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening bij gegrond verklaard beroep verblijfsvergunning asiel
De verzoeker had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid werd afgewezen als kennelijk ongegrond bij besluit van 28 mei 2020. Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek om voorlopige voorziening op 25 augustus 2020, gelijktijdig met de bodemzaak (zaaknummer NL20.11890). De rechtbank verklaarde het beroep in de bodemzaak gegrond, waardoor het verzoek om voorlopige voorziening geen grond meer had en werd afgewezen.
De voorzieningenrechter veroordeelde de verweerder wel tot vergoeding van de proceskosten van verzoeker, vastgesteld op €525,- conform het Besluit proceskosten bestuursrecht voor beroepsmatige rechtsbijstand.
De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter S. Mac Donald en griffier M. Belhaj, zonder openbare zitting vanwege coronamaatregelen. Tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen, maar de verweerder wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten.