Eiseres, werkzaam als kamermeisje, meldde zich ziek met schouder- en psychische klachten en ontving een Ziektewetuitkering. Verweerder beëindigde deze uitkering per 5 november 2018 en handhaafde dit in bezwaar (bestreden besluit I). Eiseres stelde beroep in tegen dit besluit.
Tijdens de beroepsprocedure nam verweerder een tweede besluit (bestreden besluit II) waarin de uitkering per 24 juni 2019 werd beëindigd, gebaseerd op nieuwe arbeidskundige functies. Eiseres voerde aan dat de medische en arbeidskundige rapportages onzorgvuldig waren en dat de functie 'Medewerker gordijnen' ongeschikt was vanwege trillingen en een hoog handelingstempo.
De rechtbank oordeelde dat het tweede besluit het eerste verving, waardoor het beroep tegen het eerste besluit niet-ontvankelijk werd verklaard. De medische beoordeling was zorgvuldig en voldoende gemotiveerd, waarbij beperkingen en klachten van eiseres adequaat waren meegewogen. De arbeidskundige beoordeling concludeerde dat de functies passend waren, ondanks de door eiseres aangevoerde bezwaren.
De rechtbank wees het beroep tegen het tweede besluit af en veroordeelde verweerder in de proceskosten van eiseres. Tevens werd het betaalde griffierecht aan eiseres vergoed.