ECLI:NL:RBDHA:2020:852

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
13 januari 2020
Publicatiedatum
3 februari 2020
Zaaknummer
C/09/586670 / FA RK 20-32
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:7 WvggzArt. 6:4 lid 2 Wvggz
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Machtiging tot voortzetting van crisismaatregel op grond van Wvggz wegens ernstig nadeel

De officier van justitie verzocht op 10 januari 2020 om verlenging van een crisismaatregel die op 9 januari 2020 was opgelegd aan betrokkene, een vrouw met een depressieve stoornis met psychotische kenmerken. De mondelinge behandeling vond plaats op 13 januari 2020, waarbij betrokkene, haar advocaat, een psychiater, arts-assistent en co-assistent aanwezig waren. Betrokkene gaf aan dat het niet goed ging en zij het liefst naar huis wilde, maar de arts-assistent en psychiater benadrukten de noodzaak van verplichte zorg vanwege ernstige vermagering en het risico op levensgevaar.

De rechtbank concludeerde dat er sprake was van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, waaronder levensgevaar en maatschappelijke teloorgang, veroorzaakt door de psychische stoornis. Hoewel de officier van justitie niet expliciet medische controles als verplichte zorg had verzocht, achtte de rechtbank deze noodzakelijk en voegde deze toe aan de maatregel. De verplichte zorg omvatte onder meer toediening van vocht, voeding, medicatie, medische controles, bewegingsbeperking, insluiting, en beperkingen op bezoek en controle van verblijfsruimte.

De rechtbank vond dat vrijwillige medewerking onvoldoende was en dat geen minder bezwarende alternatieven beschikbaar waren. De maatregel werd als evenredig en effectief beoordeeld, met aandacht voor de bevordering van deelname aan het maatschappelijk leven en veiligheid. De machtiging geldt voor drie weken tot en met 3 februari 2020. Tegen deze beschikking staat cassatie open.

Uitkomst: De rechtbank verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor drie weken met verplichte zorgmaatregelen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Team Jeugd- en Zorgrecht
Zaak-/rekestnr.: C/09/586670 / FA RK 20-32
Datum beschikking: 13 januari 2020
Machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel
Beschikkingnaar aanleiding van het op 10 januari 2020 door de officier van justitie ingediende verzoek tot verlenging van een crisismaatregel, als bedoeld in artikel 7:7 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:
[de vrouw],
hierna te noemen: betrokkene,
geboren op [geboortedag] 1964, te [geboorteplaats] ,
wonende te [woonplaats]
thans verblijvende in de accommodatie [verblijfplaats] ,
advocaat: mr. M. van Olffen te Nootdorp.

1.Procesverloop

1.1
Bij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 10 januari 2020, heeft de officier van justitie verzocht om verlenging van de op 9 januari 2020 opgelegde crisismaatregel.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
  • een afschrift van de beschikking van de burgemeester van de gemeente Leiden tot het nemen van de crisismaatregel van 9 januari 2020;
  • een op 9 januari 2020 ondertekende medische verklaring van [psychiater 1] , die betrokkene heeft onderzocht maar niet bij haar behandeling betrokken was;
- een uittreksel uit de justitiële documentatie;
- een afschrift van de politiemutaties.
1.2
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 13 januari 2020.
1.3
Ter zitting waren aanwezig en heeft de rechtbank de volgende personen gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;
- de [psychiater 2] ,
- de [arts-assistent] ,
- de [co-assistent] .
1.4
Omdat een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig is, is de officier van justitie niet ter zitting verschenen.

2.Verweer

De betrokkene heeft ter zitting verklaard dat het niet zo goed gaat. De betrokkene wil het liefst naar huis.
De advocaat heeft verklaard dat betrokkene eerder vrijwillig is opgenomen en zich toen aan de voorwaarden heeft gehouden. De betrokkene heeft ziekte inzicht en ziektebesef en wil vrijwillig blijven. De betrokkene zal zich niet aan de behandeling onttrekken.
De arts-assistent heeft verklaard dat de betrokkene buiten de kliniek is gestopt met het innemen van medicatie. Zij is flink vermagerd. Op de afdeling eet de betrokkene wel maar thuis niet. De arts-assistent heeft onvoldoende vertrouwen in een vrijwillig verblijf en een vrijwillig meewerken aan de noodzakelijke zorg. De betrokkene is hier ambivalent in.
De psychiater heeft verklaard dat het, gelet op de omstandigheid dat betrokkene sterk vermagerd is, noodzakelijk is om naast de door de officier van justitie verzochte vormen van verplichte zorg ook (verplichte) medische controles te kunnen uitvoeren, zoals het wegen, bloeddruk meten en bloed afnemen. Omdat de betrokkene ernstig is vermagerd is het belangrijk om het effect van medicatie en voeding goed te volgen via deze controles. De medische controles worden alleen verricht indien noodzakelijk.

3.Beoordeling

3.1
Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in:
-levensgevaar;
-ernstige verwaarlozing of maatschappelijke teloorgang.
Vermoed wordt dat dit nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis, te weten een depressieve stoornis met psychotische kenmerken. De crisissituatie is zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht.
3.2
De rechtbank merkt op dat de officier van justitie niet (expliciet) heeft verzocht om medische controles als vorm van verplichte zorg in de voortzetting van de crisismaatregel op te nemen. In de medische verklaring en in de crisismaatregel zelf is deze vorm van verplichte zorg wel opgenomen. De psychiater heeft ter zitting verklaard dat de medische controles noodzakelijk zijn om de gezondheid van de betrokkene, in verband met de grote gewichtsafname, goed te kunnen volgen en dat deze alleen zullen worden verricht als het noodzakelijk is. De betrokkene heeft aangegeven zelf te willen beslissen of zij wel of niet meewerkt aan een medische controle. De rechtbank overweegt dat de psychiater de noodzaak van het kunnen verrichten van (verplichte) medische controles bij de betrokkene voldoende heeft onderbouwd. Nu deze vorm van verplichte zorg bovendien is opgenomen in de medische verklaring en de crisismaatregel zal de rechtbank, analoog aan artikel 6:4 lid 2 van Pro de Wvggz, in aanvulling op het verzoek van de officier van justitie, bepalen dat bij wijze van verplichte zorg de maatregel van het verrichten van medische controles (wegen, bloeddruk meten en bloedafname) voor de duur van maximaal drie weken kan worden getroffen.
3.3
De rechtbank is van oordeel dat de hierna genoemde zorg noodzakelijk is om het nadeel af te wenden, te weten:
-Toedienen van vocht voor de duur van maximaal drie weken;
-Toedienen van voeding voor de duur van maximaal drie weken;
-Toedienen van medicatie voor de duur van maximaal drie weken;
-Verrichten medische controles voor de duur van maximaal drie weken (wegen, bloeddruk en bloedafname);
-Beperken van de bewegingsvrijheid voor de duur van maximaal drie weken;
-Insluiten voor de duur van maximaal drie weken;
-Onderzoek aan kleding of lichaam voor de duur van maximaal drie weken;
-Onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen voor de duur van maximaal drie weken;
-Beperken van het recht op het ontvangen van bezoek voor de duur van maximaal drie weken;
-Opnemen in een accommodatie voor de duur van maximaal drie weken.
De rechtbank is van oordeel dat de bereidheid van de betrokkene om vrijwillig mee te werken aan de noodzakelijke zorg onvoldoende consistent is, zodat het verlenen van de noodzakelijke zorg op basis van vrijwilligheid niet mogelijk is. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.
3.4
De voorgestelde verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.
3.5
Gelet op het voorgaande zal een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel worden verleend, welke machtiging een geldigheidsduur heeft van drie weken na heden.

4.Beslissing

De rechtbank:
verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel ten aanzien van:
[de vrouw],
geboren op [geboortedag] 1964 te [geboorteplaats] ,
inhoudende dat bij wijze van verplichte zorg de volgende maatregelen kunnen worden getroffen:
-Toedienen van vocht voor de duur van maximaal drie weken;
-Toedienen van voeding voor de duur van maximaal drie weken;
-Toedienen van medicatie voor de duur van maximaal drie weken;
-Verrichten medische controles voor de duur van maximaal drie weken (wegen, bloeddruk en bloedafname);
-Beperken van de bewegingsvrijheid voor de duur van maximaal drie weken;
-Insluiten voor de duur van maximaal drie weken;
-Onderzoek aan kleding of lichaam voor de duur van maximaal drie weken;
-Onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen voor de duur van maximaal drie weken;
-Beperken van het recht op het ontvangen van bezoek voor de duur van maximaal drie weken;
-Opnemen in een accommodatie voor de duur van maximaal drie weken.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 3 februari 2020.
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. O.F. Bouwman, rechter, bijgestaan door A.E. Babulall-Balkaran als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 13 januari 2020.
De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 28 januari 2020.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.