De officier van justitie verzocht op 10 januari 2020 om verlenging van een crisismaatregel die op 9 januari 2020 was opgelegd aan betrokkene, een vrouw met een depressieve stoornis met psychotische kenmerken. De mondelinge behandeling vond plaats op 13 januari 2020, waarbij betrokkene, haar advocaat, een psychiater, arts-assistent en co-assistent aanwezig waren. Betrokkene gaf aan dat het niet goed ging en zij het liefst naar huis wilde, maar de arts-assistent en psychiater benadrukten de noodzaak van verplichte zorg vanwege ernstige vermagering en het risico op levensgevaar.
De rechtbank concludeerde dat er sprake was van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, waaronder levensgevaar en maatschappelijke teloorgang, veroorzaakt door de psychische stoornis. Hoewel de officier van justitie niet expliciet medische controles als verplichte zorg had verzocht, achtte de rechtbank deze noodzakelijk en voegde deze toe aan de maatregel. De verplichte zorg omvatte onder meer toediening van vocht, voeding, medicatie, medische controles, bewegingsbeperking, insluiting, en beperkingen op bezoek en controle van verblijfsruimte.
De rechtbank vond dat vrijwillige medewerking onvoldoende was en dat geen minder bezwarende alternatieven beschikbaar waren. De maatregel werd als evenredig en effectief beoordeeld, met aandacht voor de bevordering van deelname aan het maatschappelijk leven en veiligheid. De machtiging geldt voor drie weken tot en met 3 februari 2020. Tegen deze beschikking staat cassatie open.