ECLI:NL:RBDHA:2020:8650
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening bij buiten behandeling stelling asielaanvraag
Verzoeker, van Iraanse nationaliteit, had een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend, welke door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid buiten behandeling is gesteld bij besluit van 17 juni 2020.
Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen. De zaak werd schriftelijk behandeld op basis van artikel 8:57 van Pro de Algemene wet bestuursrecht, zonder verdere zitting.
De voorzieningenrechter overwoog dat op dezelfde dag in een andere zaak (zaaknummer NL20.12871) uitspraak was gedaan op het beroep tegen het bestreden besluit, waardoor een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk was.
Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Tevens werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter W.B. Klaus en griffier M.A.J. van Beek, zonder openbare zitting vanwege coronamaatregelen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het beroep reeds is behandeld.