ECLI:NL:RBDHA:2020:8679
Rechtbank Den Haag
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering onmiddellijke invrijheidstelling wegens ontbreken causale verband
Eiser is gedetineerd op grond van een uitspraak van de politierechter waarbij de tenuitvoerlegging van het voorwaardelijke deel van zijn gevangenisstraf werd gelast. Eiser stelt dat de oproeping van zijn advocaat voor de zitting niet correct is verlopen, waardoor hij in zijn verdediging is benadeeld en het onderzoek nietig zou zijn. Hij vordert onmiddellijke invrijheidstelling op grond van schending van artikel 6 EVRM Pro.
De rechtbank erkent dat de gang van zaken rondom de oproeping ongelukkig is verlopen, maar stelt vast dat dit niet automatisch leidt tot onrechtmatig handelen van de Staat of onrechtmatige detentie. Zelfs indien dit onrechtmatig zou zijn, ontbreekt het causaal verband tussen het handelen van de Staat en de detentie, omdat de politierechter de tenuitvoerlegging van het voorwaardelijke deel van de straf ook bij aanwezigheid van de advocaat zou hebben gelast.
De rechtbank baseert dit op het advies van de Reclassering waaruit blijkt dat eiser niet heeft voldaan aan de voorwaarde om zich te laten behandelen in een forensische psychiatrische kliniek. De vordering wordt daarom afgewezen en eiser wordt veroordeeld in de kosten van het geding.
Uitkomst: De vordering tot onmiddellijke invrijheidstelling wordt afgewezen wegens ontbreken van causaal verband tussen handelen Staat en detentie.