ECLI:NL:RBDHA:2020:8705

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
7 september 2020
Publicatiedatum
7 september 2020
Zaaknummer
20.12739
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 30a Vreemdelingenwet 2000Art. 8:57 AwbProtocol nr. 24 Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkverklaring asielaanvraag Britse Unieburger op grond van Protocol nr. 24

Eiser, een Britse Unieburger, diende in 2017 een asielaanvraag in die werd afgewezen. In 2018 volgde een tweede aanvraag die door verweerder niet-ontvankelijk werd verklaard op grond van artikel 30a van de Vreemdelingenwet 2000 en Protocol nr. 24, omdat eiser niet voldeed aan de uitzonderingen daarin.

Eiser voerde aan dat verweerder onzorgvuldig en onvoldoende gemotiveerd had gehandeld, onder meer door ten onrechte te stellen dat geen zienswijze was ingediend, en uitte zorgen over verlies van opvang en gezinshereniging.

De rechtbank oordeelde dat de vermeende onzorgvuldigheid een kennelijke verschrijving betrof en dat de zienswijze wel degelijk was ontvangen en betrokken bij de beoordeling. Tevens werd bevestigd dat de uitzonderingen van Protocol nr. 24 niet op eiser van toepassing zijn.

De vrees van eiser om gescheiden te raken van zijn familie in de opvang leidt niet tot een ander oordeel, mede omdat andere verblijfsrechten en gezinshereniging mogelijk zijn.

Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL20.12739

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam] , eiser

V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. M.M.A.F.C. Lienaerts),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. N.H.T. Jansen).

ProcesverloopBij besluit van 18 juni 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser niet-ontvankelijk verklaard.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Met toepassing van artikel 8:57, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht is er geen zitting gehouden.

Overwegingen

1. Eiser is geboren op [geboortedatum] en bezit de Britse nationaliteit.
2. Hij heeft op 13 maart 2017 een asielaanvraag ingediend in Nederland. Verweerder heeft deze aanvraag bij besluit van 19 april 2017 afgewezen. Dit besluit staat in rechte vast. Eiser heeft op 26 augustus 2018 opnieuw een asielaanvraag ingediend.
3. Verweerder heeft deze asielaanvraag niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 30a, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000, omdat eiser Unieburger is en zijn situatie niet valt onder de onderdelen a) tot en met d) van Protocol nr. 24 [1] . Verweerder stelt, onder verwijzing naar het besluit van 19 april 2017, dat ten aanzien van het Verenigd Koninkrijk van het interstatelijk vertrouwensbeginsel kan worden uitgegaan en dat eiser in de onderhavige procedure met zijn herhaalde stelling dat het Verenigd Koninkrijk niet veilig is voor hem vanwege zijn vader en broer geen nieuwe feiten en omstandigheden heeft aangevoerd die tot een ander oordeel kunnen leiden.
4. Eiser kan zich niet met het bestreden besluit verenigen. Eiser voert aan dat verweerder in strijd met het zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel heeft gehandeld door te stellen dat er geen zienswijze is ingediend, terwijl dat wel is gebeurd. Voorts beroept eiser zich op zijn in de eerdere procedure naar voren gebrachte asielmotieven. Ten slotte vreest eiser ervoor van zijn moeder en overige gezinsleden gescheiden te raken, omdat hij door de niet-ontvankelijkverklaring van zijn asielaanvraag het recht op opvang verliest.
De rechtbank overweegt als volgt.
5. De rechtbank volgt eiser niet in zijn stelling dat verweerder in strijd met het zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel heeft gehandeld. Weliswaar heeft verweerder in het bestreden besluit vermeld dat er geen zienswijze is ingediend, maar verweerder heeft ter zitting toegelicht dat er sprake is van een kennelijke verschrijving. Ook blijkt uit het bestreden besluit duidelijk dat verweerder de zienswijze heeft ontvangen en deze bij zijn beoordeling heeft betrokken. Eiser is dus niet in zijn belangen geschaad.
6. Verder stelt de rechtbank vast dat niet in geschil is dat de onder a) tot en met d) omschreven gevallen van Protocol nr. 24 niet op eiser van toepassing zijn en dat verweerder zijn asielaanvraag daarom terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard.
7. De vrees van eiser om van zijn moeder en overige gezinsleden in de opvang gescheiden te raken, kan niet tot een ander oordeel leiden. De rechtbank wijst er ten overvloede op dat er voor eiser andere mogelijkheden bestaan om (als Unieburger) een verblijfsrecht te krijgen of te laten vaststellen en hiermee gezinshereniging te bewerkstelligen.
8. Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.J.L. Holierhoek, rechter, in aanwezigheid vanmr. N.H. de Zeeuw, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.

Voetnoten

1.Geconsolideerde versie van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie - Protocol (nr. 24) inzake asiel voor onderdanen van lidstaten van de Europese Unie (12008E/PRO/24).