ECLI:NL:RBDHA:2020:8709
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verlening zorgmachtiging op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg
De rechtbank Den Haag behandelde op 26 augustus 2020 het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging op grond van artikel 6:4 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) ten aanzien van betrokkene, geboren in 1972. Betrokkene lijdt aan een bipolaire-stemmingsstoornis, die leidt tot ernstig nadeel, waaronder lichamelijk letsel, maatschappelijke teloorgang en agressie-uitingen.
De rechtbank baseerde haar oordeel op een medische verklaring, een zorgplan, een beoordeling van de geneesheer-directeur, en de mondelinge behandeling waarbij betrokkene, zijn advocaat en een psychiater telefonisch werden gehoord. Betrokkene verklaarde stabiel te zijn maar nog niet stabiel genoeg om vrij rond te lopen. De psychiater gaf aan dat de diagnose recentelijk was bijgesteld en dat er geen minder bezwarende alternatieven voor verplichte zorg beschikbaar zijn.
De rechtbank achtte de voorgestelde vormen van verplichte zorg noodzakelijk en evenredig om het ernstig nadeel af te wenden en de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren. De zorgmachtiging omvat onder meer het toedienen van medicatie, het beperken van bewegingsvrijheid, toezicht, en opname in een accommodatie. De machtiging geldt voor zes maanden, tot en met 6 februari 2021.
De rechtbank overwoog dat opname alleen kan plaatsvinden als betrokkene niet meewerkt en ernstig nadeel dreigt. De geneesheer-directeur moet betrokkene horen alvorens tot opname te besluiten. Tegen deze beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor verplichte zorg aan betrokkene voor zes maanden.