Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam] , eiser
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
mr. S. Zohrabian, griffier.
Rechtbank Den Haag
Eiser, met de Soedanese nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in Nederland. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid nam de aanvraag niet in behandeling omdat op grond van de Dublinverordening Frankrijk verantwoordelijk is voor de behandeling.
Eiser voerde aan dat Frankrijk structurele tekortkomingen kent in de asielprocedure en opvang, waardoor terugkeer een schending van artikel 3 EVRM Pro en artikel 4 Handvest Pro zou opleveren. Tevens wees hij op risico op indirecte refoulement en de impact van de coronamaatregelen.
De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat er sprake is van ernstige structurele tekortkomingen die een reëel risico op onmenselijke of vernederende behandeling opleveren. Het aangehaalde AIDA-rapport en het arrest van het EHRM boden onvoldoende steun voor zijn stellingen.
Ook de vrees voor indirecte refoulement werd niet onderbouwd, mede omdat Frankrijk het verzoek tot terugname heeft aanvaard en eiser geregistreerd is als Dublin-terugkeerder. De tijdelijke belemmering door coronamaatregelen doet niet af aan de rechtmatigheid van het besluit.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag is ongegrond verklaard.