ECLI:NL:RBDHA:2020:8763
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag verblijfsvergunning zelfstandige wegens onvoldoende marktanalyse en strijd met standstill-bepaling
Eiser, een Turkse zelfstandige en eigenaar van een eenmanszaak in Amsterdam, verzocht om een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als zelfstandige. De staatssecretaris wees de aanvraag af vanwege het niet voldoen aan de voorwaarden, met name het ontbreken van een toereikend ondernemingsplan met een concrete markt- en concurrentieanalyse. Ook werd het mvv-vereiste niet vervuld, waardoor geen vrijstelling werd verleend.
Eiser stelde in beroep dat zijn ondernemingsplan voldoende was en dat het mvv-vereiste en het terugkeerbesluit in strijd waren met de standstill-bepaling van het Aanvullend Protocol bij de Associatieovereenkomst tussen de EU en Turkije. De rechtbank oordeelde dat het ondernemingsplan te algemeen was en onvoldoende toegespitst op de specifieke onderneming, met een summiere beschrijving van doelgroep en concurrenten.
De rechtbank volgde de staatssecretaris in het standpunt dat verweerder terecht de aanvraag niet aan de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland heeft voorgelegd vanwege het ontbreken van de vereiste documentatie. Het beroep faalde ook in zoverre dat het mvv-vereiste en het terugkeerbesluit niet in strijd zijn met de standstill-bepaling. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend. De uitspraak werd gedaan door rechter A.K. Mireku op 13 maart 2020 in Amsterdam.
Uitkomst: Het beroep van de Turkse zelfstandige tegen de afwijzing van zijn verblijfsvergunning is ongegrond verklaard.