De Provincie Zuid-Holland organiseerde een meervoudig onderhandse aanbestedingsprocedure voor onderhoud van glasvezelinfrastructuur. Freelex diende tijdig een inschrijving in, maar zonder de vereiste Gedragsverklaring Aanbesteden (GVA). De Provincie gaf Freelex de mogelijkheid dit gebrek binnen twee werkdagen te herstellen, maar Freelex slaagde hier niet in omdat de GVA pas na de inschrijvingstermijn werd afgegeven.
Freelex betoogde dat de aanbestedingsstukken tegenstrijdig waren over het moment van overleggen van de GVA en dat de GVA pas na voorlopige gunning mocht worden ingediend. Ook stelde Freelex dat zij door omstandigheden buiten haar risicosfeer de GVA niet tijdig kon verkrijgen, en dat de Provincie de inschrijving ten onrechte ongeldig had verklaard.
De rechtbank oordeelde dat uit de aanbestedingsstukken duidelijk bleek dat de GVA bij inschrijving moest worden ingediend. De termijn van twee dagen voor herstel was terecht, maar de GVA dateerde van na de inschrijvingstermijn en kon daarom niet worden geaccepteerd. Freelex had ook niet tijdig vragen gesteld over de termijn. De inschrijving moest daarom terecht ongeldig worden verklaard.
De vorderingen van Freelex werden afgewezen en zij werd veroordeeld in de proceskosten.