ECLI:NL:RBDHA:2020:885

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
4 februari 2020
Publicatiedatum
4 februari 2020
Zaaknummer
C/09/586440 / FA RK 20-13
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:7 Wvggz
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Machtiging tot voortzetting van crisismaatregel op grond van Wvggz wegens psychotische ontregeling

De rechtbank Den Haag behandelde op 10 januari 2020 het verzoek van de officier van justitie tot verlenging van een crisismaatregel op grond van artikel 7:7 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) ten aanzien van een vrouw met een psychotische stoornis en middelenmisbruik.

Uit de medische verklaringen en de zitting bleek dat er sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, waaronder ernstig lichamelijk letsel, maatschappelijke teloorgang en bedreiging van de veiligheid. De betrokkene vertoont gedrag dat voortvloeit uit een psychotische ontregeling, vermoedelijk veroorzaakt door middelenmisbruik, en is niet in staat vrijwillig de noodzakelijke zorg te accepteren.

De rechtbank oordeelde dat de voorgestelde verplichte zorg, waaronder medicatietoediening, medische controles, bewegingsbeperking, en opname in een accommodatie, evenredig en effectief is. Minder bezwarende alternatieven zijn niet beschikbaar. Daarom werd de machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel verleend voor een periode van drie weken.

De beschikking is op 10 januari 2020 uitgesproken en schriftelijk vastgesteld op 20 januari 2020. Tegen deze beschikking staat cassatie open.

Uitkomst: Machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel verleend voor drie weken met verplichte zorgmaatregelen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Team Jeugd- en Zorgrecht
Zaak-/rekestnr.: C/09/586440 / FA RK 20-13
Datum beschikking: 10 januari 2020
Machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel
Beschikkingnaar aanleiding van het op 07 januari 2020 door de officier van justitie ingediende verzoek tot verlenging van een crisismaatregel, als bedoeld in artikel 7:7 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:
[de vrouw]
hierna te noemen: betrokkene,
geboren op [geboortedag] 1984, [geboorteplaats] Tanzania,
wonende te [woonplaats] ,
thans verblijvende in de accommodatie [verblijfplaats] ,
advocaat: mr. H. Gailjaard te 's-Gravenhage.

1.Procesverloop

1.1
Bij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 07 januari 2020, heeft de officier van justitie verzocht om verlenging van de op 06 januari 2020 opgelegde crisismaatregel.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
  • een afschrift van de beschikking van de burgemeester van de gemeente Den Haag tot het nemen van de crisismaatregel van 06 januari 2020;
  • een op 06 januari 2020 ondertekende medische verklaring van [psychiater 1] , die betrokkene heeft onderzocht maar niet bij haar behandeling betrokken was;
- een uittreksel uit de justitiële documentatie;
- een afschrift van de politiemutaties.
1.2
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 10 januari 2020.
1.3
Ter zitting heeft de rechtbank de volgende personen aanwezig, die door de rechtbank zijn gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;
- de behandelend [arts] ;
- de [psychiater 2] ;
- een psychiatrisch verpleegkundige.

2.Verweer

De betrokkene heeft ter zitting geen verweer gevoerd.

3.Beoordeling

3.1
Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in:
  • ernstig lichamelijk letsel;
  • ernstige materiële schade;
  • ernstige verwaarlozing of maatschappelijke teloorgang;
  • bedreiging van de veiligheid van betrokkene al dan niet doordat zij onder invloed van een ander raakt;
  • de situatie dat betrokkene met hinderlijk gedrag agressie van anderen oproept;
Vermoed wordt dat dit nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis, te weten psychotische ontregeling, vermoedelijk op basis van middelenmisbruik, bij een vrouw die reeds bekend is met een ongespecificeerde psychotische stoornis, ADHD, PTSS en polymiddelenmisbruik, eerder een langere periode in remissie. Naar het oordeel van de rechtbank is de crisissituatie zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht.
3.2.
De rechtbank is, met de arts en de psychiater, van oordeel dat niet alle in de crisismaatregel genoemde vormen nog noodzakelijk zijn. De volgende vormen van zorg zijn nog wel noodzakelijk om het nadeel af te wenden, te weten:
  • toedienen van medicatie;
  • verrichten van medische controles;
  • beperken van de bewegingsvrijheid;
  • onderzoek aan kleding of lichaam;
  • onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedragbeïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;
  • opname in een accommodatie.
Betrokkene verzet zich tegen deze zorg, in die zin dat zij te kennen heeft gegeven dat zij inziet dat zij nu niet terug kan naar huis, maar dat zij ook niet zomaar overal mee wil instemmen. Naar het oordeel van de rechtbank is betrokkene nog zo in de war dat er geen voldoende basis is om erop te vertrouwen dat zij de genoemde vormen van zorg op basis van vrijwilligheid zal accepteren. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.
3.3
De voorgestelde verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.
3.4
Gelet op het voorgaande zal een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel worden verleend, welke machtiging een geldigheidsduur heeft van drie weken na heden.

4.Beslissing

De rechtbank:
- verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel ten aanzien van:
[de vrouw]
geboren op [geboortedag] 1984, [geboorteplaats] Tanzania,
inhoudende dat bij wijze van verplichte zorg de volgende maatregelen kunnen worden getroffen:
  • toedienen van medicatie;
  • verrichten van medische controles;
  • beperken van de bewegingsvrijheid;
  • onderzoek aan kleding of lichaam;
  • onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedragbeïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;
  • opname in een accommodatie;
- bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met
31 januari 2020.
Deze beschikking is gegeven door mr. N.B. Verkleij, rechter, bijgestaan door dhr. S.P.M. Flipse als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 10 januari 2020.
De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 20 januari 2020.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.