Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] ,
de minister van Buitenlandse Zaken, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
mr. M. Schaap-Huijsmans, griffier, op 24 juni 2020.
Rechtbank Den Haag
Eiser heeft een visum kort verblijf aangevraagd om familie te bezoeken en deel te nemen aan een verlovings- en trouwfeest in Nederland. De aanvraag werd afgewezen omdat eiser zijn familierelatie met de referenten niet aannemelijk had gemaakt en er twijfel bestond over zijn voornemen om tijdig terug te keren naar Turkije.
Bij bezwaar en beroep voerde eiser aan dat hij familie wilde bezoeken en dat hij een goede sociale en economische binding met Turkije heeft, waaronder familieleden en een sollicitatiegesprek. Hij stelde dat het moeilijk was om bewijs van de familierelatie te leveren vanwege de omvang van de familie en dat een hoorzitting ten onrechte was achterwege gebleven.
De rechtbank oordeelde dat de identiteitsbewijzen die eiser ter zitting overhandigde te laat waren en niet konden worden meegewogen. De enkele stelling dat zij neven zijn, zonder nadere onderbouwing, was onvoldoende. Ook was er sprake van tegenstrijdige verklaringen over de verblijfsduur. Verder was onvoldoende aangetoond dat eiser voldoende sociale en economische binding met Turkije heeft, waardoor het voornemen tot tijdige terugkeer niet gewaarborgd is.
De rechtbank vond het terecht dat verweerder afzag van een hoorzitting omdat het bezwaar kennelijk ongegrond was. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het visum kort verblijf wordt ongegrond verklaard.