ECLI:NL:RBDHA:2020:8915
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ambtshalve uitschrijving uit de BRP wegens ontbreken woonbestemming en weigering huisbezoek
Eiser stond sinds 1996 ingeschreven in de Basisregistratie Personen (BRP) op een adres dat volgens de Basisregistratie Adressen & Gebouwen (BAG) geen woonbestemming heeft. Na een integrale handhavingsactie en een adresonderzoek besloot het college van burgemeester en wethouders van Den Haag eiser ambtshalve uit te schrijven uit de BRP met terugwerkende kracht vanaf 26 april 2019. Eiser weigerde mee te werken aan een huisbezoek om zijn feitelijke verblijfplaats te verifiëren.
Eiser voerde aan dat hij al 25 jaar op het adres woont en dat hij niet de dupe mag worden van latere wetswijzigingen. Hij was telefonisch bereikbaar en reageerde op brieven, maar wilde niet meewerken aan het huisbezoek vanwege privacyredenen. Het college bood alternatieven aan, waaronder registratie op een ander huisnummer binnen hetzelfde pand, maar eiser ging hier niet mee akkoord.
De rechtbank oordeelde dat de Wet BRP vereist dat de geregistreerde verblijfplaats feitelijk is en dat het college op grond van artikel 2.22 van de Wet BRP gerechtigd is om ambtshalve uit te schrijven indien de verblijfplaats niet kan worden vastgesteld. De weigering van eiser om mee te werken aan het huisbezoek maakte het onmogelijk om zijn verblijfplaats te bevestigen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde het bestreden besluit.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de ambtshalve uitschrijving uit de BRP.