Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[naam verzoeker] , verzoeker,
Procesverloop
Ovenvegingen
direct voorafgaandaan het moment waarop het misdrijf is gepleegd of aangevangen . De voorzieninge nrechter ziet geen grond voor het standpunt van verzoeker dat niet dient te worden uitgegaan van het moment waarop het misdrijf werd gepleegd. De voorzieningenrecht er wijst in dat verband op vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling), bijvoorbeeld de uitspraak van 29 maart 2013 ( ECLl:NL:RVS:2013: BZ8679). Voor zover verzoeker in dit kader heeft verwezen naar het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie (HVJ-EU) van 17 april 2018 (inzake B (C-316/16) en Franco Vomero (C-424116)) , leidt dit de
Beslissing
- wijst het verzoek toe in die zin dat verzoeker niet zal worden uitgezet tot vier weken nadat op het bezwaarschrift is beslist;
- schorst de rechtsgevolgen van het bestreden besluit;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 1.050,-
- bepaalt dat verweerder het door verzoeker betaalde griffierecht van € 178,- vergoedt.