ECLI:NL:RBDHA:2020:9021
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot wijziging zorg- en opvoedtaken en niet-ontvankelijkheid verzoek gezagswijziging
De rechtbank Den Haag behandelde een zaak over de zorg- en opvoedtaken van een minderjarige na echtscheiding van de ouders. De vader en moeder hadden gezamenlijk gezag, waarbij de zorgregeling geregeld was in eerdere beschikkingen. De gecertificeerde instelling verzocht om wijziging van de zorgregeling, waarbij de omgang van de vader beperkt zou worden tot begeleide telefonische contacten, met mogelijke uitbreiding naar videobellen.
De rechtbank constateerde dat tegen de laatst vastgestelde zorgregeling hoger beroep was ingesteld, waardoor deze regeling geschorst was en de eerdere voorlopige regeling weer van kracht werd. De rechtbank oordeelde dat het vaststellen van een nieuwe zorgregeling de rechtsgang bij het hof zou belemmeren, tenzij er nieuwe feiten of omstandigheden waren, welke niet waren gesteld of gebleken.
Daarnaast diende de moeder een zelfstandig verzoek tot wijziging van het gezag in, dat door de rechtbank niet-ontvankelijk werd verklaard vanwege onvoldoende samenhang met het oorspronkelijke verzoek tot wijziging van de zorgregeling.
De rechtbank wees daarom alle verzoeken tot wijziging van de zorgregeling af en verklaarde het verzoek tot gezagswijziging niet-ontvankelijk. De beschikking werd mondeling gegeven op 25 augustus 2020 en schriftelijk vastgesteld op 9 september 2020.
Uitkomst: Verzoeken tot wijziging zorgregeling afgewezen en verzoek gezagswijziging niet-ontvankelijk verklaard.