ECLI:NL:RBDHA:2020:9064
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag document rechtmatig verblijf wegens schijnhuwelijk
Eiser, een Marokkaanse vreemdeling die sinds 2010 in Nederland verblijft, heeft meerdere aanvragen ingediend voor een document dat rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan aantoont. Deze aanvragen werden afgewezen omdat eiser en referente een schijnhuwelijk zijn aangegaan met als doel het verkrijgen van verblijfsrechten. De rechtbank heeft eerder een besluit vernietigd omdat verweerder onvoldoende onderzoek had gedaan, waarna een nieuw besluit werd genomen.
In het bestreden besluit heeft verweerder het bezwaar van eiser ongegrond verklaard en een inreisverbod van twee jaar opgelegd. Verweerder baseerde dit op tegenstrijdige en bevreemdingwekkende verklaringen van eiser en referente over hun huwelijk, samenwonen en privéleven, die afbreuk doen aan de geloofwaardigheid van hun relatie.
De rechtbank oordeelt dat het horen van partijen en het opvragen van telefoongegevens geen ongerechtvaardigde inbreuk op het recht op privacy vormt. De verklaringen van eiser en referente zijn inconsistent op essentiële punten zoals reizen, woonsituatie, familiebezoeken en dagelijkse gewoonten. Ook aanvullende documenten en verklaringen van derden overtuigen niet van een oprechte relatie.
Daarom verklaart de rechtbank het beroep ongegrond en bevestigt het bestreden besluit. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het inreisverbod van twee jaar bevestigd.