Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser, geboren in Gaza, werd op 25 augustus 2020 in bewaring gesteld op grond van artikel 59, eerste lid, onder a, van de Vreemdelingenwet 2000. Eiser stelde dat de bewaring onrechtmatig was omdat hij asiel wilde aanvragen en dat de maatregel eerder had moeten worden omgezet naar artikel 59b Vw. De rechtbank oordeelde dat eiser ten tijde van de bewaring niet kenbaar had gemaakt dat hij asiel wilde aanvragen en dat de maatregel daarom terecht was opgelegd.
Verder stelde eiser dat de staandehouding voorafgaand aan de bewaring onrechtmatig was omdat hij was aangehouden nadat hij van zijn fiets was gevallen en niet op grond van vreemdelingenrechtelijke gronden. De rechtbank volgde dit niet en stelde vast dat de aanhouding een strafrechtelijk karakter had en dat de rechtmatigheid daarvan niet ter toetsing stond bij de bewaringsrechter.
Eiser voerde ook aan dat er geen redelijk uitzicht op verwijdering was, omdat hij uit Gaza kwam en eerdere asielprocedures en bewaringen geen zicht op uitzetting hadden opgeleverd. De rechtbank vond de motivering van verweerder voldoende dat er wel redelijk uitzicht op verwijdering was en dat nader onderzoek naar de nationaliteit van eiser nodig was.
De rechtbank zag geen aanleiding tot het stellen van prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie en verklaarde het beroep ongegrond. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen omdat geen onrechtmatigheid in de tenuitvoerlegging van de bewaring was vastgesteld.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring is ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding is afgewezen.