ECLI:NL:RBDHA:2020:9125
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toekenning schadevergoeding wegens onrechtmatige onvrijwillige opname onder Wvggz
De rechtbank Den Haag behandelde op 19 juni 2020 het verzoek van een man die schadevergoeding vorderde wegens onrechtmatige onvrijwillige opname van 1 tot en met 12 mei 2020 onder de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz).
De man was op 30 april 2020 opgenomen op basis van een geconverteerde voorwaardelijke machtiging die op die dag verliep. Op 1 mei 2020 werd een verzoek tot zorgmachtiging ingediend, maar gedurende de periode tot 12 mei 2020 ontbrak een geldige titel voor zijn opname. De officier van justitie erkende dit en stelde dat de opname in die periode onrechtmatig was.
De rechtbank oordeelde dat de man recht had op schadevergoeding wegens het ontbreken van een geldige opnamegrond gedurende twaalf dagen. Voor de hoogte van de vergoeding sloot de rechtbank aan bij de LOVS-oriëntatiepunten en kende €80 per dag toe, wat resulteerde in een totaal van €960.
De rechtbank veroordeelde GGZ Rivierduinen tot betaling van dit bedrag en verklaarde de beschikking uitvoerbaar bij voorraad. Tegen deze beschikking staat hoger beroep open.
Uitkomst: GGZ Rivierduinen wordt veroordeeld tot betaling van €960 schadevergoeding wegens onrechtmatige opname.