Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2020:9144

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
16 september 2020
Publicatiedatum
21 september 2020
Zaaknummer
SGR 20/5031
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening wegens ontbreken spoedeisend belang bij veiling woning

Verzoeker heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen het besluit van het dagelijks bestuur van de Intergemeentelijke Sociale Dienst Bollenstreek, waarbij zijn bijstandsuitkering was verlaagd. De voorzieningenrechter heeft het verzoek behandeld samen met meerdere gerelateerde zaken.

Verzoeker stelde dat er sprake was van spoedeisend belang vanwege een opnieuw geplande veiling van zijn woning op 7 september 2020. De gemachtigde van verweerder bracht echter naar voren dat de veiling niet doorging op die datum. Verzoeker vermoedde dat de veiling zou worden doorgeschoven naar 5 oktober 2020.

De rechtbank oordeelde dat een financieel belang op zichzelf geen reden is voor een voorlopige voorziening en dat het spoedeisend belang ontbrak omdat niet vaststond of en wanneer de veiling zou plaatsvinden. Het verzoek is daarom afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.

Uitspraak

REchtbank DEN Haag

Bestuursrecht
zaaknummer: SGR 20/5031
uitspraak van de voorzieningenrechter van 16 september 2020 op het verzoek om een voorlopige voorziening van

[verzoeker] , te [woonplaats] , verzoeker,

tegen
het dagelijks bestuur van de Intergemeentelijke Sociale Dienst (ISD) Bollenstreek, verweerder
(gemachtigde: mr. D.F. Rosenbaum).

Procesverloop

Bij besluit van 21 augustus 2018 (het primaire besluit) heeft verweerder bij wijze van maatregel de bijstandsuitkering van verzoeker met ingang van 1 augustus 2018 met 100% verlaagd voor de duur van één maand.
Bij besluit van 8 oktober 2018 (het bestreden besluit) heeft verweerder het door verzoeker ingediende bezwaarschrift ongegrond verklaard.
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 2 september 2020, waarbij tevens de connexe beroepszaak, SGR 18/7091, en het beroep in de zaken met de nummers
SGR 18/8386, SGR 19/1538 en SGR 19/2163 zijn behandeld. Verzoeker is verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in het bodemgeding niet.
2. Indien tegen een besluit bij de bestuursrechter beroep is ingesteld, kan de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is in de hoofdzaak op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.
3. Verzoeker betoogt – kort samengevat – dat hij op 24 juli 2020 van Krans Notarissen bericht heeft gekregen dat de openbare verkoop (veiling) van zijn woning opnieuw is ingepland en dat de nieuwe veilingsdatum is vastgesteld op 7 september 2020. Volgens verzoeker betekent dit dat per direct weer sprake is van een spoedeisend belang.
4. De voorzieningenrechter stelt voorop dat een financieel belang op zichzelf geen reden vormt voor het treffen van een voorlopige voorziening. Voor het treffen van een voorlopige voorziening zal echter niettemin aanleiding kunnen bestaan indien aannemelijk is dat verzoeker in een (financiële) noodsituatie geraakt.
5. Ter zitting heeft de gemachtigde van verweerder naar voren gebracht dat een dag voor de zitting, op 1 september 2020, bekend is geworden dat de veiling van het huis van verzoeker niet door zal gaan op 7 september 2020. Desgevraagd heeft verzoeker het voorgaande bevestigd. Volgens verzoeker is echter nog steeds sprake van een spoedeisend belang, aangezien de veiling van zijn huis waarschijnlijk doorgeschoven gaat worden naar de eerstvolgende veiling, welke op 5 oktober 2020 zal plaatsvinden. Gelet op het feit dat de geplande openbare verkoop van de woning van verzoeker niet doorgaat, is de rechtbank van oordeel dat spoedeisend belang bij de gevraagde voorlopige voorziening ontbreekt. Niet gebleken is namelijk dat de openbare verkoop daadwerkelijk gaat plaatsvinden op 5 oktober 2020. Ter zitting kwam naar voren dat deze stelling enkel gebaseerd is op een vermoeden van de advocaat die verzoeker tijdens de kort gedingzitting van 1 september 2020 bijstond. Nu nog niet bekend is of en wanneer de openbare verkoop zal gaan plaatsvinden, kan spoedeisendheid in deze voorlopige voorzieningenprocedure niet worden aangenomen. Het verzoek zal dan ook worden afgewezen.
6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.P. Verloop, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. R.A.E. Bach, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 16 september 2020.
griffier voorzieningenrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.