ECLI:NL:RBDHA:2020:9157
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verlening zorgmachtiging op grond van Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg wegens psychotische decompensatie
De rechtbank Den Haag behandelde op 7 september 2020 het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging op grond van artikel 6:4 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) ten aanzien van betrokkene, geboren in 1970. Betrokkene vertoonde ernstige psychiatrische problematiek, waaronder psychotische decompensatie bij schizofrenie, versterkt door middelengebruik, en vertoonde agressief en bedreigend gedrag.
Tijdens de mondelinge behandeling werd vastgesteld dat betrokkene zich verzet tegen behandeling, slechts gedeeltelijk medicatie accepteert en dat vrijwillige zorg niet mogelijk is. De psychiater in opleiding lichtte toe dat betrokkene recent meerdere malen met politie in aanraking kwam en ernstige overlast veroorzaakte, waaronder bedreiging van ouders en vernieling in een apotheek.
De rechtbank oordeelde dat het ernstig nadeel, waaronder levensgevaar en maatschappelijke teloorgang, alleen kan worden afgewend door verplichte zorg. De gevraagde zorgvormen, waaronder medicatietoediening, bewegingsbeperking, toezicht, onderzoek van woonruimte en beperkingen in de vrijheid, werden noodzakelijk geacht. De zorgmachtiging werd verleend voor een periode tot 7 maart 2021, met afwijzing van overige verzoeken.
De beschikking is schriftelijk vastgesteld op 21 september 2020 en tegen deze beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor verplichte zorg tot 7 maart 2021 wegens ernstig nadeel door psychotische decompensatie.