Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[de minderjarige]te [plaats] , gemeente [Gemeente] ,
1.De procedure
- het verzoekschrift dat op 21 juni 2019 op de griffie is binnengekomen;
- het verweerschrift van 7 oktober 2019;
- de mondelinge behandeling van het verzoek op 17 oktober 2019. Hierbij zijn verschenen [verzoekster] in persoon, vergezeld van haar echtgenoot en bijgestaan door mr. drs. A.L.M. Simons voornoemd en namens het LUMC mevrouw [X] (jurist), bijgestaan door mr. O.L. Nunes voornoemd.
2.De feiten
Naar het oordeel van het Centraal Tuchtcollege heeft het bij aanvang van het consult van 9 februari 2005 ontbroken aan een grondige anamnese van [de minderjarige] ’s gezondheidstoestand, zeker wanneer wordt uitgegaan van verweersters[rb: [A] ]
lezing dat voorafgaand aan dit consult geen intake door een co-assistent heeft plaatsgevonden. Verweerster, die [de minderjarige] toen voor het eerst zag, heeft voorts onvoldoende lichamelijk onderzoek verricht. Verweerster heeft ter terechtzitting in hoger beroep erkend dat zij bij het lichamelijk onderzoek van [de minderjarige] op 9 februari 2005 geen herpesblaasjes heeft geconstateerd, terwijl uit de door klagers overgelegde - onweersproken - schriftelijke verklaring d.d. 26 november 2007 van de dermatoloog (…) blijkt dat de herpesuitslag bij het lichamelijk onderzoek zichtbaar moet zijn geweest. (…). Daarbij acht het Centraal Tuchtcollege op grond van de consistente en gedetailleerde verklaringen van klaagster in eerste aanleg en in hoger beroep aannemelijk dat verweerster op 9 februari 2005 door klaagster op de aanwezigheid van herpesuitslag bij [de minderjarige] is gewezen, mede ook omdat klaagster in verband daarmee een dag eerder met spoed met [de minderjarige] bij de dermatoloog was geweest.
] gelijk dat als laagdrempelige controle afspraken waren gemaakt dat [A] een beoordeling op 10-02-2005 had gedaan. Echter bij het vaststellen van een otitis media acuta [rb: middenoorontsteking
] zou de primaire behandeling bestaan uit pijnstilling en pas antibiotica indien koorts en klachten na 3 dagen nog aanhouden. Ook dan had zich tussentijds een meningitis kunnen ontwikkelen.
3.Het geschil
4.De beoordeling
recall bias”. [verzoekster] is hierover, zoals ook tijdens de zitting bleek, zeer teleurgesteld. De rechtbank acht dit echter geen gebrek in de werkwijze van [de deskundige]. Bij zijn benoeming heeft de rechtbank het aan hemzelf overgelaten de wijze van onderzoek vorm te geven. Anders dan [verzoekster] suggereert, is hem niet opgedragen partijen in persoon te horen en was dit ook niet nodig voor een beantwoording van de vragen. Bovendien heeft [verzoekster] niet duidelijk kunnen maken wat een gesprek met haar had kunnen toevoegen aan de rapportage van [de deskundige], zeker gelet op de uitvoerige reactie die haar advocaat op het concept-rapport heeft gegeven en waarmee zij haar inbreng bij de afwegingen van [de deskundige] heeft gehad. Hoor en wederhoor is daarmee door [de deskundige] verzekerd.
5.De beslissing
.