Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Het onderzoek op de zitting
2.De tenlastelegging
3.Bewijsoverwegingen
4.De bewezenverklaring
5.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde en van de verdachte
6.De straf en/of maatregel
7.De vordering van de benadeelde partij
€ 1.755,11,bestaande uit € 905,11 aan materiële schade en een bedrag van
€ 1.755,11. De rechtbank zal tevens de wettelijke rente toekennen.
€ 1.755,11, vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf 4 mei 2019 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan, ten behoeve van het [slachtoffer] .
8.De toepasselijke wetsartikelen
9.De beslissing
62 dagenvan deze jeugddetentie niet ten uitvoer zullen worden gelegd als de verdachte zich tot het einde van de proeftijd, die
2 jarenis, houdt aan de volgende voorwaarden:
Stichting Jeugdbescherming west Zuid-Holland, een gecertificeerde instelling die jeugdreclassering uitvoert, om erop toe te zien dat de verdachte zich zal houden aan de voorwaarden en om hem daarbij te begeleiden;
€ 1.755,11, vermeerderd met de wettelijke rente, te rekenen vanaf 4 mei 2019 tot de dag waarop de vordering is betaald en veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op € 0,00, en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;
€ 1.755,11aan de Staat te betalen, hoofdelijk en vermeerderd met de wettelijke rente, te rekenen vanaf 4 mei 2019 tot de dag waarop de vordering is betaald, voor het [slachtoffer]
0 dagenals de verdachte niet voldoet aan zijn betalingsverplichting;
gehad ongeveer 9,6 gram cocaïne en /of ongeveer 1,6 gram heroïne, in elk gevaleen hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne en/of heroïne, zijnde cocaïne en/of heroïne (een) middel(len) als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
Bijlage II: de bewezenverklaring
gehad ongeveer 9,6 gram cocaïne en ongeveer 1,6 gram heroïne, zijnde cocaïne en heroïne middelen als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
hunbediening, in hun tegenwoordigheid mondeling heeft beledigd, door hen de woorden toe te voegen: 'Kankerracisten, kankerlijers en/of racisten dat jullie zijn'.