ECLI:NL:RBDHA:2020:935
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen niet-inwilliging verzoek teruggaaf omzetbelasting
Eiser diende een verzoek in tot teruggaaf van omzetbelasting over de periode 2002-2014. Verweerder verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de bezwaartermijn en behandelde het als een verzoek om ambtshalve vermindering. Voor de jaren 2002-2013 werd het verzoek niet in behandeling genomen vanwege verstrijking van de vijfjaarstermijn, en voor 2014 werd het afgewezen omdat onduidelijk was of de btw was aangegeven en voldaan.
De rechtbank oordeelde dat de bezwaartermijn ruim was overschreden en geen sprake was van een verschoonbare termijnoverschrijding. Onbekendheid met de regelgeving bood geen grond voor verlening van termijnoverschrijding. Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar werd daarom ongegrond verklaard.
Daarnaast is de bestuursrechter slechts bevoegd in geschillen betreffende besluiten in de zin van artikel 1:3 Awb Pro en artikel 26 Awr Pro. De beschikking ambtshalve vermindering valt hier niet onder, waardoor het beroep tegen het besluit geen teruggaven te verlenen niet-ontvankelijk is verklaard.
De uitspraak werd gedaan door rechter E. Kouwenhoven op 6 februari 2020 en partijen werden gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij het gerechtshof Den Haag.
Uitkomst: Het beroep is ongegrond verklaard voor het bezwaar en niet-ontvankelijk voor het beroep tegen het besluit geen ambtshalve teruggaven te verlenen.