ECLI:NL:RBDHA:2020:9354
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens ongeloofwaardige bekering en misleiding
Eiser, een Iraanse man, vroeg asiel aan in Nederland vanwege zijn bekering tot het christendom en de daaruit voortvloeiende vervolging in Iran. Hij stelde dat hij vanwege zijn geloofsafwijking problemen kreeg, waaronder politie-invallen en ondervragingen van zijn vrouw, waarna hij Iran verliet.
Verweerder achtte de bekering en de daaruit voortvloeiende problemen ongeloofwaardig. De rechtbank oordeelde dat de kennismaking met het christendom niet aannemelijk was, mede vanwege tegenstrijdigheden in het relaas en het ontbreken van concrete inspanningen van eiser om zijn geloof te belijden of te verdiepen. Ook achtte de rechtbank het onwaarschijnlijk dat eiser bewust het risico nam om een bijbel op zijn werk te bewaren.
Daarnaast werd vastgesteld dat eiser bij aankomst in Nederland een vals paspoort gebruikte en daarmee de overheid misleidde. Op grond van artikel 30b van de Vreemdelingenwet 2000 werd de aanvraag als kennelijk ongegrond afgewezen. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt de afwijzing van de asielaanvraag wegens ongeloofwaardige bekering en misleiding met een vals paspoort.