ECLI:NL:RBDHA:2020:9388
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardigheid homoseksuele gerichtheid
Eiser heeft op 5 december 2018 een asielaanvraag ingediend met het argument dat hij Uganda heeft verlaten vanwege zijn homoseksuele gerichtheid en de daaruit voortvloeiende problemen, waaronder een arrestatie in een club waar hij aan kon ontsnappen. Hij vreest bij terugkeer een gevangenisstraf.
Verweerder heeft de aanvraag afgewezen als kennelijk ongegrond omdat hij het asielrelaas van eiser niet geloofwaardig acht. De rechtbank toetst deze beoordeling en concludeert dat verweerder terecht het standpunt heeft ingenomen dat eiser wisselende, tegenstrijdige en summiere verklaringen heeft gegeven over zijn homoseksuele gerichtheid en de verwerking daarvan.
De rechtbank oordeelt dat eiser onvoldoende inzicht heeft gegeven in zijn persoonlijke beleving, terwijl van hem als praktiserend protestant uit een land waar homoseksualiteit strafbaar is, verwacht mag worden dat hij dit kan toelichten. Daarnaast acht de rechtbank de argumenten van eiser over taalproblemen, PTSS en culturele achtergrond onvoldoende om het ongeloofwaardigheidsbesluit te weerleggen.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af. Verweerder heeft toegezegd eiser voorlopig uitstel van vertrek te verlenen voor zes maanden vanaf 9 januari 2020. Tegen dit vonnis staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.