ECLI:NL:RBDHA:2020:9391

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
24 juli 2020
Publicatiedatum
28 september 2020
Zaaknummer
AWB 20/3378
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • J.M. Janse van Mantgem
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 8:83 Awb
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid verzoek voorlopige voorziening verblijfsvergunning na afwijzing bezwaar

Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning die door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet in behandeling is genomen. Hiertegen maakte verzoeker bezwaar. Tijdens het bezwaarproces verzocht verzoeker om een voorlopige voorziening.

De voorzieningenrechter overweegt dat een voorlopige voorziening alleen kan worden gevraagd zolang bezwaar of beroep aanhangig is (connexiteitsvereiste). Inmiddels is het bezwaar ongegrond verklaard en heeft verzoeker geen beroep ingesteld. Hierdoor ontbreekt de vereiste connexiteit voor het verzoek om voorlopige voorziening.

De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van connexiteit. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan zonder openbare zitting vanwege coronamaatregelen en er is geen rechtsmiddel tegen deze uitspraak mogelijk.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van connexiteit na afwijzing van het bezwaar en het uitblijven van beroep.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Haarlem
Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 20/3378

uitspraak van de voorzieningenrechter van 24 juli 2020 in de zaak tussen

[verzoeker] , geboren op [geboortedatum] , van Turkse nationaliteit, verzoeker

V-nummer: [#]
(gemachtigde: mr. S.N. Arikan),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 25 maart 2020 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoeker tot verlenen van een verblijfsvergunning niet in behandeling genomen.
Verzoeker heeft tegen het primaire besluit bezwaar gemaakt. Verzoeker heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

Overwegingen

1. Op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan de voorzieningenrechter uitspraak doen zonder partijen uit te nodigen om op een zitting te verschijnen indien de voorzieningenrechter kennelijk onbevoegd is of het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk, kennelijk ongegrond of kennelijk gegrond.
2. Ingevolge artikel 8:81 van Pro de Awb, kan een voorlopige voorziening alleen worden verzocht zolang bezwaar of beroep aanhangig is (connexiteitsvereiste).
3. Het verzoek is ingediend hangende bezwaar. Inmiddels is op 27 mei 2020 een beslissing op bezwaar genomen waarin het bezwaar van verzoeker ongegrond is verklaard.
4. Verzoeker heeft het verzoek om voorlopige voorziening niet ingetrokken en tot op heden ook geen beroep ingediend zoals bedoeld in artikel 8:81, vijfde lid, van de Awb tegen deze beslissing op bezwaar.
5. Het verzoek om voorlopige voorziening zal daarom niet-ontvankelijk worden verklaard wegens het komen te ontbreken van connexiteit.
6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.M. Janse van Mantgem, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van A.C. Karels, griffier. Deze uitspraak is gedaan op 24 juli 2020. Als gevolg van de maatregelen rondom het coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Zodra het openbaar uitspreken weer mogelijk is, wordt deze uitspraak, voor zover nodig, alsnog in het openbaar uitgesproken.
griffier voorzieningenrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.