ECLI:NL:RBDHA:2020:9393
Rechtbank Den Haag
- Mondelinge uitspraak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag verblijf als gemeenschapsonderdaan wegens onvoldoende duurzame relatie
Eiser heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsdocument als gemeenschapsonderdaan, gebaseerd op een duurzame relatie met een EU-burger. Verweerder heeft deze aanvraag afgewezen omdat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij en zijn partner een duurzame relatie voeren, zoals vereist volgens het beleid dat een gezamenlijke huishouding van minimaal zes maanden eist.
De rechtbank heeft het dossier beoordeeld, waaronder foto’s, WhatsApp-berichten, een huurovereenkomst en inschrijving in de Basisregistratie Personen. Hoewel de relatie tussen eiser en referente niet wordt betwist, is onvoldoende bewijs geleverd dat zij ten tijde van de aanvraag of het bestreden besluit al langdurig samenwoonden. De huurovereenkomst staat alleen op naam van referente en eiser stond niet ingeschreven op het adres.
De rechtbank oordeelt dat verweerder de aanvraag op goede gronden heeft afgewezen en verklaart het beroep ongegrond. Het verzoek om een voorlopige voorziening om uitzetting te voorkomen wordt eveneens afgewezen omdat de rechtbank op het beroep heeft beslist. Er is geen aanleiding tot proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag voor verblijf als gemeenschapsonderdaan wordt ongegrond verklaard.