Eiser heeft bijzondere bijstand gevraagd voor de eigen bijdrage van advocaatkosten ter ondersteuning bij een zitting van de meervoudige kamer op 23 september 2020. Omdat verweerder niet tijdig had beslist, stelde eiser beroep in tegen het niet tijdig beslissen en verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter wees het verzoek om voorlopige voorziening af. De zitting waarop eiser zich wilde laten bijstaan vond op 23 september 2020 plaats, maar eiser was niet verschenen. Hierdoor verloor eiser het belang bij het beroep tegen het niet tijdig beslissen.
De rechtbank oordeelde dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is wegens het ontbreken van procesbelang. Daardoor kon geen dwangsom worden opgelegd en was bespreking van overige onderdelen van het petitum niet aan de orde. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Tegen deze uitspraak staat verzet open binnen zes weken na verzending.