ECLI:NL:RBDHA:2020:9439
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring beroep wegens prematuur ingediende ingebrekestelling en geen schending hoorplicht
Eiser diende een ingebrekestelling in terwijl de beslistermijn nog niet was verstreken. Verweerder had de beslistermijn tijdig verlengd met zes weken, waardoor de ingebrekestelling als prematuur werd beoordeeld. Tevens stelde verweerder dat de hoorplicht niet was geschonden omdat het horen niet noodzakelijk was gezien de inhoud van het bezwaar.
De rechtbank stelde eiser vrij van het betalen van griffierecht en oordeelde dat de beslistermijn correct was toegepast conform de Algemene wet bestuursrecht en de Algemene termijnenwet. Het beroep op schending van de hoorplicht werd verworpen omdat er geen redelijke twijfel bestond dat het bezwaar tot een ander besluit zou leiden.
Uiteindelijk verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard omdat de ingebrekestelling prematuur was en de hoorplicht niet is geschonden.