ECLI:NL:RBDHA:2020:9520
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening wegens ontbreken spoedeisend belang bij oeververvanging Gouwe
Op 28 april 2020 heeft het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland het projectplan voor de oeververvanging van de Gouwe in een specifiek werkvak vastgesteld. Verzoeker, woonachtig in het subvak waar de werkzaamheden zouden plaatsvinden, heeft hiertegen beroep ingesteld en tevens een verzoek om voorlopige voorziening ingediend.
De voorzieningenrechter heeft beoordeeld of er sprake was van onverwijlde spoed die een voorlopige voorziening zou rechtvaardigen. Uit brieven van de verweerder bleek dat de werkzaamheden in het subvak waar verzoeker woont niet vóór 1 april 2021 zouden starten, waardoor er geen dreigende onomkeerbare situatie was.
Daarom concludeerde de voorzieningenrechter dat het spoedeisend belang ontbrak en wees het verzoek om voorlopige voorziening af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan op 1 oktober 2020 en is niet vatbaar voor hoger beroep.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening is afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.