ECLI:NL:RBDHA:2020:9521
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring beroep tegen nabetaling na beëindiging dienstverband
Eiseres maakte bezwaar tegen de salarisspecificaties van juli en september 2018, waarin nabetalingen stonden wegens verrekening van vakantie-uren, vakantie-uitkering en eindejaarsuitkering na haar eervol ontslag per 1 juli 2018. Verweerder verklaarde het bezwaar ongegrond, waarna eiseres beroep instelde bij de rechtbank.
Tijdens de zitting, gehouden via skype vanwege COVID-19, voerde eiseres aan dat het beroep gelijktijdig met andere procedures behandeld had moeten worden en stelde zij vragen over een brief van de bezwarenadviescommissie. De rechtbank oordeelde dat het niet gelijktijdig behandelen geen reden is voor gegrondverklaring en dat geen sprake is van belangenverlies door de brief.
De rechtbank concludeerde dat eiseres onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de nabetalingen onjuist zijn. De nabetalingen waren mede het gevolg van een collectieve loonsverhoging met terugwerkende kracht, bekend geworden na het ontslag. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Er is geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de nabetaling na beëindiging van het dienstverband wordt ongegrond verklaard.