ECLI:NL:RBDHA:2020:9556
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling terugkeerbesluit met vertrektermijn na herstel zorgvuldigheidsgebrek
Eiseres, van Venezolaanse nationaliteit, kreeg op 14 januari 2020 een terugkeerbesluit opgelegd door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. De rechtbank ontving het beroepschrift op 10 februari 2020 en stelde bij tussenuitspraak vast dat eiseres niet was gewezen op het recht op rechtsbijstand, wat een zorgvuldigheidsgebrek vormde volgens het Boudjlida-arrest van het Hof van Justitie van de EU.
Verweerder trok het oorspronkelijke besluit in en nam op 14 juli 2020 een nieuw terugkeerbesluit waarbij eiseres expliciet werd gewezen op haar recht op rechtsbijstand. Eiseres voerde aan dat het nieuwe besluit onvoldoende rekening hield met haar familie- en gezinsleven en dat het vertrektermijn van 28 dagen onredelijk was.
De rechtbank stelde vast dat verweerder de gebruikelijke vertrektermijn had gehanteerd en dat geen sprake was van een risico op onttrekking aan toezicht, waardoor een verkorting van de termijn niet gemotiveerd hoefde te worden. Tevens was eiseres gehoord over haar persoonlijke omstandigheden, waaronder haar gezinssituatie en gezondheid.
De rechtbank oordeelde dat verweerder het zorgvuldigheidsgebrek had hersteld, voldoende onderzoek had verricht en dat het beroep ongegrond was. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling of griffierechtvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen het terugkeerbesluit met vertrektermijn van 28 dagen wordt ongegrond verklaard.