ECLI:NL:RBDHA:2020:9559
Rechtbank Den Haag
- Mondelinge uitspraak
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens vertrek met onbekende bestemming in asielprocedure
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft de rechtbank Den Haag op 21 juli 2020 uitspraak gedaan over het beroep van eiser tegen het besluit van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen.
De rechtbank stelde ambtshalve de vraag aan de orde of eiser nog procesbelang had bij het beroep, aangezien eiser en zijn gemachtigde niet waren verschenen op de zitting en verweerder had gesteld dat eiser met onbekende bestemming was vertrokken. Uit stukken bleek dat eiser op 30 juni 2020 de opvang had verlaten en op 1 juli 2020 als 'Met Onbekende Bestemming' was geregistreerd.
De rechtbank volgde de vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State dat een vreemdeling die met onbekende bestemming vertrekt en geen contact onderhoudt met zijn gemachtigde, geen rechtens te beschermen belang meer heeft bij een inhoudelijke beoordeling van het beroep.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en wees zij een proceskostenveroordeling af. Tegen deze uitspraak kan binnen één week hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan procesbelang omdat eiser met onbekende bestemming is vertrokken.