ECLI:NL:RBDHA:2020:9575
Rechtbank Den Haag
- Mondelinge uitspraak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsrecht op grond van onvoldoende afhankelijkheid van minderjarige kinderen met Nederlandse nationaliteit
Eiser, vader van twee minderjarige kinderen met de Nederlandse nationaliteit, verzocht op grond van artikel 20 VWEU Pro en het arrest Chavez-Vilchez verblijfsrecht in Nederland. Verweerder wees dit verzoek af omdat niet was aangetoond dat eiser daadwerkelijk zorgtaken verricht en dat er een zodanige afhankelijkheidsrelatie bestaat tussen eiser en zijn kinderen dat zij hem zouden moeten volgen bij vertrek uit Nederland.
De rechtbank oordeelde dat eiser wel aannemelijk heeft gemaakt dat hij daadwerkelijk zorgtaken verricht voor zijn kinderen, mede op basis van verklaringen van een jeugdarts, het ouder-kindcentrum, foto's en verklaringen van kennissen. Echter, het criterium van afhankelijkheid werd niet voldoende onderbouwd. De kinderen hebben voornamelijk bij hun moeder gewoond en de afhankelijkheid van de vader is niet zodanig dat zij hem zouden moeten volgen.
De rechtbank concludeerde dat de afwijzing van het verblijfsrecht op goede gronden is gebaseerd, het beroep ongegrond is en het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen. Er is geen schending van de hoorplicht en geen aanleiding tot proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat onvoldoende is aangetoond dat de minderjarige kinderen van eiser afhankelijk zijn.