ECLI:NL:RBDHA:2020:9578
Rechtbank Den Haag
- Mondelinge uitspraak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsrecht op grond van onvoldoende zorgtaken en afhankelijkheid bij minderjarige dochter
Eiser, vader van een minderjarige Nederlandse dochter, verzocht om verblijfsrecht op grond van artikel 20 VWEU Pro en het arrest Chavez-Vilchez. Verweerder wees de aanvraag af omdat niet was gebleken dat eiser daadwerkelijk zorgtaken verricht en dat er een zodanige afhankelijkheidsrelatie bestaat dat de dochter met hem mee zou moeten bij vertrek uit Nederland.
De rechtbank oordeelt dat het enkel feit dat eiser vader is onvoldoende is voor het verblijfsrecht. Eiser heeft verklaringen en foto’s overgelegd die aanwezigheid in het leven van de dochter tonen, maar niet dat hij daadwerkelijk zorgt en dat de dochter van hem afhankelijk is volgens het arrest. Ook het samenwonen van drie maanden en het contact via Facetime na vertrek naar Engeland zijn onvoldoende onderbouwd.
De rechtbank stelt verder vast dat geen schending van de hoorplicht heeft plaatsgevonden. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard vanwege onvoldoende aantonen van daadwerkelijke zorgtaken en afhankelijkheid.