ECLI:NL:RBDHA:2020:9582
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens ontbreken ingebrekestelling bij niet tijdig beslissen dwangsommen
Eiser stelde beroep in tegen het niet tijdig door verweerder nemen van beschikkingen over de verschuldigdheid en hoogte van dwangsommen. De rechtbank oordeelde dat eiser verweerder niet eerst in gebreke had gesteld, wat een vereiste is volgens artikel 6:12 Awb Pro. Hierdoor waren de beroepen prematuur en niet-ontvankelijk.
Daarnaast kon de rechtbank niet inhoudelijk oordelen over de dwangsommen omdat zij al eerder de beroepen tegen het uitblijven van besluiten op de onderliggende aanvragen bijzondere bijstand had afgewezen wegens het ontbreken van gemaakte kosten. Volgens artikel 8:55c Awb is de rechtbank slechts bevoegd om dwangsommen vast te stellen als het beroep tegen het niet tijdig beslissen op de aanvraag gegrond is verklaard.
De rechtbank wees ook het beroep van eiser af dat zij op een eerdere uitspraak van de vreemdelingenkamer kon steunen, omdat die uitspraak betrekking had op een kennelijk gegrond verklaard beroep, wat hier niet het geval was. De beroepen werden daarom niet-ontvankelijk verklaard en eiser werd vrijgesteld van griffierechten. Er was geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De beroepen tegen het niet tijdig nemen van beschikkingen over dwangsommen worden niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een ingebrekestelling en het ontbreken van bevoegdheid van de rechtbank.