Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 5 oktober 2020 in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats] , eiser
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
mr. M. Tijsma, griffier.
Rechtbank Den Haag
Eiser verzocht de gemeente Den Haag om inzage in zijn persoonsgegevens op grond van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG), waaronder gegevens over IP-adressen, communicatie en gegevens over een weggesleepte fiets. De gemeente verstrekte inzage in bepaalde gegevens, maar weigerde inzage in andere gegevens, waaronder IP-adressen en pintransacties, omdat deze niet als persoonsgegevens worden verwerkt of geanonimiseerd zijn.
Eiser maakte bezwaar tegen dit besluit, stellende dat de verstrekte gegevens onvolledig waren en dat ook communicatie en andere persoonsgegevens verstrekt moesten worden. De gemeente handhaafde haar besluit, waarna eiser beroep instelde bij de rechtbank.
De rechtbank oordeelde dat de gemeente aannemelijk heeft gemaakt dat er geen IP-adressen worden vastgelegd die herleidbaar zijn tot personen en dat de gegevens over de fiets zijn geanonimiseerd. Ook is het inzagerecht beperkt tot persoonsgegevens en omvat het niet het verstrekken van kopieën van documenten waarin persoonsgegevens voorkomen. Het beroep is daarom ongegrond verklaard.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en de uitspraak kan binnen zes weken worden aangevochten bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen het besluit van de gemeente Den Haag om inzage in persoonsgegevens te weigeren is ongegrond verklaard.