ECLI:NL:RBDHA:2020:9621
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen sluiting woning wegens drugshandel
De burgemeester van Den Haag heeft op 17 augustus 2020 een last onder bestuursdwang opgelegd tot sluiting van een woning voor zes maanden vanwege vermoedelijke drugshandel. Dit besluit is gebaseerd op politieonderzoeken, meldingen van buurtbewoners en aangetroffen harddrugs in de woning.
Verzoeker, de huurder van de woning, maakte bezwaar en vroeg om een voorlopige voorziening. Hij betwistte feitelijke handel in drugs en stelde dat hij niet betrokken was bij drugshandel. Tevens voerde hij aan dat de sluiting disproportioneel is vanwege zijn kwetsbare gezondheid en het ontbreken van alternatieve woonruimte.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de aangetroffen hoeveelheden harddrugs ruim boven het criterium voor eigen gebruik liggen en dat verzoeker drugshandel faciliteert door dealers en gebruikers toe te laten. De sluiting is noodzakelijk en evenredig om de openbare orde en het woonklimaat te beschermen. Verweerder heeft voldoende rekening gehouden met de belangen van verzoeker, onder meer door opvangmogelijkheden via het daklozenloket.
Daarom is het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er is geen proceskostenveroordeling opgelegd en tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de sluiting van de woning wegens drugshandel wordt afgewezen.